Zal het wel, zal het niet kunnen om te vertrekken vandaag. Er kwam een ochtend zonnetje door het raam heen schijnen. Gisteravond was er nog een mannetje van de Junta de Andalusia van een afstand komen roepen of alles oké was en of we genoeg water en eten hadden, anders kon hij wel wat regelen, ook kon hij wel een trekker regelen die ons de volgende dag eruit kon trekken. Maar wij hadden al met de Engelsen afgesproken dat zij ons zouden helpen.

Het water was weer wat gezakt en zo vertrokken wij vol goede moed op weg naar huis.

Dag huis aan het meer, de volgende keer is het weer weiland.

We reden door Andalusia heen, Granada, Jaén de olijvenstreek van Spanje, door Castilla la Mancha, met de molentjes van Don Quichot en de wijnstreek Valdepeñas, langs Madrid naar Burgos in Castilla y León, langs San Sebastián/Donostia in het prachtig groene Baskenland, Baskisch: Euskadi, Spaans: País Vasco.

Rond 19.30 uur reden we Frankrijk binnen, de weg richting Bordeaux was vreselijk, achteraf gezien hadden we of iets van te voren moeten boeken of gewoon in Baskenland op zoek moeten gaan naar een hotel, nu werd het al donker, op de weg reden alleen maar grote vrachtwagens en er werd ook flink aan de weg gewerkt en we konden geen hotel vinden. Bah.

Omdat we moe waren en de rit op dat moment niet leuk was waren we alleen maar aan het kibbelen in de auto en van ellende zijn we maar langs de weg in een Campernile hotel gaan slapen vlakbij Bordeaux. Ach het bed was goed en de rust hadden we nodig maar als we dit geweten hadden hadden we nog een halfuurtje door kunnen rijden en heerlijk op de wijnboerderij bij Isabelle kunnen slapen, maar niet gereserveerd om s’avonds 10 uur aankomen wilde we ook niet. Volgende keer doen we het anders.