We hadden goed geslapen dus we stonden fris op. We begonnen zoals ons plan was met het beklimmen van de Spaanse trappen.

Het lijkt hoog maar het viel erg mee, ik had geeneens pijn in mijn kuiten, wat ik wel vaak heb door mijn korte kuitspieren. Boven gekomen heb je een goed uitzicht over dit deel van de stad.

Zullen we gaan ontbijten of zullen we een ijsje als ontbijt nemen zeiden we lachend tegen elkaar. Die gelateria’s vind je echt op elke hoek hier. Werkelijk bijna iedereen zie je hier met een ijsje in zijn hand lopen, natuurlijk helpt het mooie weer hier goed aan mee. Om 10 uur in de ochtend was het al dik in de twintig graden en om 11 uur zelfs bijna 30 graden. We gingen op zoek naar de oudste ijssallon van de stad en kwamen uit bij Giolitti. Natuurlijk kan iedereen zichzelf zo’n stempel geven, van de oudste, de beste, de meeste smaken etc. Maar deze sallon zag er wel authentiek uit. Je kan er ook een zoetigheidje kopen in de vorm van een broodje of gebakje met een koffietje en dan mag je aan een tafeltje zitten met alleen een ijsje niet, die eten de mensen gewoon staand buiten voor de deur op. Ik had dit keer framboos en witte chocolade en Lesley had champagne en grapefruit, heerlijk romig en fris.

Daarna gingen we naar een beroemde bezienswaardigheid, de Trevifontein. Bekend bij grote publiek door de film La Dolce Vita.

Wat een drukte zeg, tegenwoordig vragen ze een kleine bijdrage om helemaal aan de rand van te fontein te mogen staan om er een muntje in te kunnen gooien en daarvoor moet je in de rij staan. Nou wij konden het best goed zien van een afstandje en waren tevreden met ons uitzicht. Een muntje voor de liefde hoeven we ook niet te gooien want die hebben we al gevonden. Het ziet er alllemaal prachtig uit en we namen even goed de tijd om het te bekijken, zo knap gemaakt in baroke stijl.

We zwierven verder door de stad en overal is wel wat moois te zien.

Van oude gebouwen, mooie kerken, mooie beelden, moderne kunst tot opgravingen.

Je kijkt je ogen uit met zoveel moois.

Soms zie je groepjes mensen iets staan fotograven en dan weet je dat dit blijkbaar iets bekends is.

Wat opvalt is dat je veel gedenknaalden (obelisk) in de stad vind en soms zie je niemand staan en vind je het zelf de moeite waard om er een foto van te maken.

Ik vind het een heerlijke stad om gewoon rond te lopen.

Inmiddels was het lunchtijd en gisteren waren we langs een restaurant gelopen waar je de nonna’s en mama’s in de etalage pasta zag draaien, daar wilde ik eten. Super populair, ondanks dat het nog vroeg was zat het restaurant Osteria da Fortunata vol en moesten we in de rij staan om te kunnen eten. Les moest natuurlijk iets kiezen waar geen kaas in zat en dat was moeilijk want een echte Itlaliaan doet overal kaas in of op.

Ik had iets met rundvlees wat zo van het botje viel en veel kaas natuurlijk.

Naast ons werd ook pasta gerold, leuk om te zien, elk portie werd keurig afgewogen tot 200 gram.

Echt een aanrader dit restaurantje. Ik wilde mijn bordje op eten maar dat lukte echt niet, het was echt veel. We liepen terug naar ons hotel om een uurtje te chillen en daarna hadden we weer een wandeling van 25 minuten naar fort de Engelenburcht.

Hé die brug herken ik uit de boeken van Dan Brown zei Les. De ponte Saint’Angelo, een burg van bijna 2000 jaar oud.

Met onze Roma Pass kwamen we binnen. Eerst moesten we diverse trappen lopen en kwamen uit op een binnen plaatsje waar een engel stond.

Het is een enorme burcht en je vraagt je af hoe mensen dit vroeger hebben kunnen bouwen.

Binnen zie je vele schilderijen die vroeger zijn gemaakt en vele replica’s.

Het heeft diverse bestemmingen gehad van mausoleum, pauselijk vesting tot gevangenis en toevluchtsoord.

Vanuit diverse ramen kun je prachtig uitkijken over de stad en je ziet ook Vaticaanstad liggen.

Er schijnen ook geheime gangen onder te liggen die naar Vaticaan stad leiden. Heel bijzonder vond ik het allemaal om te zien en echt de moeite waard, wij zijn ongeveer 2 uur binnen geweest maar je zou je er nog langer kunnen vermaken.

Helemaal bovenaan staat een groot beeld van de aartsengel Michaël vaak wordt hij als krijger met zwaard afgebeeld om de vijand te verslaan, hij is de beschermer tegen het kwaad.

Na dit fascinerende bezoek liepen we over de engelenbrug naar de levende wijk Trastevere.

Echt super gezellig met al die terrasjes, ik had een tip gehad van een collega en ze zei, Tonnarello is leuk maar ik zat nog steeds vol van de lunch en daarom plofde we gewoon ergens op een terras waar je alleen drankjes kon bestellen.

Natuurlijk weer een apperol voor mij, je ziet op elk tafeltje wel een oranje gevuld glas staan, echt populair drankje hier.

Daarna liepen we door allemaal gezellige straatjes terug naar de winkelstraat Via del Corso waar ons hotel aan ligt. Onderweg nog een paar keer gestopt om even te zitten en om ons heen te kijken.

Op het laatst vlak voor dat we bij ons hotel naar binnen stapte probeerde ik nog een bal die er uit ziet als een grote bitterbal maar die geen ragout maar rijst met tomaat en mozzarella van binnen heeft. Het heet arancini maar lekker vond ik hem niet echt, Les probeerde het niet eens vanwege de kaas natuurlijk. Het was weer een geweldige dag.














































































































