De vakantie voor Rinus en Catrien zat er al weer op en in mijn fiat reed ik ze naar het vliegveld, mijn moeder ging ook mee want nadat we ze hadden afgezet gingen wij nog even rondsnuffelen bij de Ikea.

Toen we weer thuis kwamen was de timmerman aan de andere deur bezig, prachtig hoor.

Paul kwam naar me toe en vroeg of ik de boosdoener wilde zien die onze balken vernielde, de tor was al dood maar de larf was wit en dik en springlevend, bah.

Lesley had inmiddels pijn in zijn knieën en handen van het leggen van de tegels maar het schoot op.

Mijn vader had de deur afgekeurd die ik in de grondverf gezet had en ging het dunnetjes over doen.

Mijn moeder en ik gingen de randjes tegels van de muur afbikken in de slaapkamertjes, een rot klus.

We waren alle moe van de gedane arbeid en mijn vader stelde voor om tapas te gaan eten, maar helaas was Manolo dicht en daardoor belanden we bij Hotel Rural Carlos Astorga waar we heerlijk een biefstuk gegeten hebben en toe kregen we een slaapmutsje van het huis.