We kwamen na een prettige rustige vlucht van 4.5 uur s’avonds om 22 uur aan op de luchthaven in Colombo. We werden opgewacht door onze privé chauffeur Siri. Een kleine Srilankaanse man van begin 60, met een apart loopje. We hebben maar gelijk geld gepind want alle excursies dien je contant te betalen. We hebben enorm veel zin om onze rondreis in Sri Lanka te gaan starten. Sri Lanka 1.5 keer zo groot als Nederland, de gemiddelde temperatuur is rond de 30 graden op de plekken waar we komen, dat alleen al wordt genieten en dat in januari/februari.

Slechts een half uurtje van de luchthaven af ligt ons hotel Camelot beach in Negombo pal aan het strand. Eerste indruk was super, de komende 3 nachten gaan we ons vast vermaken hier. De volgende morgen begon gelijk geweldig, we reden de natuur in om op een boot te stappen voor een tochtje op de lagune. Onderweg was het vredig en rustig, we hebben veel vissers op hun bootjes gezien die netten uitgooide op zoek naar naar vis, garnalen en krabben. Ook veel watervogels gespot en water varanen die op de kant van de rivier lagen te zonnen. Het was een heel ontspannend begin van onze Sri Lanka reis om 2 uurtjes rustig te varen op het water met het mooie uitzicht op de mangroves. De nationale vogel van Sri Lanka is trouwens de Ceylonhoen, haan look a like zie je overal langs de kant lopen. Hij is te herkennen aan zijn roodgele hals veren, zijn rug en boven vleugel pennen en aan een zwarte staart die een metaalachtige glans hebben, zijn borst is roodachtig.

Na de boottocht reden we naar de haven van Negombo, aan het strand lagen doeken met honderden vissen erop om te drogen in de zon. De vissen worden na de vangst schoongemaakt, afgespoeld en in een zoutvat gedaan na een aantal dagen worden ze eruitgehaald weer afgespoelt en dan te drogen gelegd. Geen toeristische gebeuren maar gewoon zien zoals het leven hier is. Je ziet hier het hele proces ook het onderhandelen en de verkoop van verse en gedroogde vis.

Het ruikt wel enorm daar allemaal op de markt, dus lang wil er niet staan kijken.

Dus snel doorlopen naar een plekje langs de weg waar ze het water uit de gele kokosnoot verkopen. Sri Lanka is een waar kokosnoot paradijs en de King Coconut is de juiste kokosnoot om lekker uit te drinken. Je kunt het beste meteen na het openen deze te drinken, het is een gezond drankje vol vitaminen en mineralen en super lekker en verfrissend. Ik vind het zalig! S’avonds hadden we een leuk plekje aan het strand gezocht om te eten, natuurlijk kozen we voor een lekker viscurry.