Het weer was fantastisch en na die 2 uur durende rondleiding bij Iberfauna waren we wel toe aan een drankje. We konden dat natuurlijk in het dorpje zelf doen, maar daar komen we later wel weer een keertje terug want we willen ook nog een keer naar de vleermuizen grot die zich ook in dit schattige dorpje bevind.

We kregen een tip om wat te gaan drinken bij het oude stationnetje in Doña Mencía wat nu restaurant La Cantina geworden is. Dit restaurantje ligt aan de Via Verde (de groene weg). Vroeger was dit een treinspoor waarop olijfolie vervoerd werd van Jaén naar Puente Genil. (120 km) Het spoor hebben ze weggehaald en daar een verhard fiets/wandel pad van gemaakt, de route gaat onder oude spoorbruggetjes door, langs oude stationnetjes die omgetoverd zijn tot restaurantjes, winkels, fietsverhuur of musea, langs de route is de prachtige natuur te bewonderen die Andalusië rijk is. De weg is niet super stijl anders trok de trein dat namelijk ook niet maar om te fietsen kan het op sommige stukken toch wat tegen vallen en behoorlijk veel zweetdruppels opleveren denk ik.

Er zijn in heel Spanje diverse Via Verde routes. Soms sluiten ze zelfs op elkaar aan. De route waar wij waren ligt in de Sierra Subbética. Je kan de route strak volgen maar je kan ook af en toe afwijken om het nabij gelegen dorpje te bezoeken of om een hotelletje te pakken als je die dag genoeg gefietst hebt. In Spanje heb je niet veel fietspaden en je ziet soms de fietser gevaarlijk langs de rand van een 80 km weg fietsen maar voor toeristen lijkt me dat deze Via Verde paden zeker de moeite waard zijn. Voor nu hebben we alleen gekeken en lekker in het zonnetje gezeten. Maar wie weet gaan we hier ook ooit een stukje van fietsen, dat lijkt me een hele belevenis. Later zijn we nog naar Cabra (vertaald in het Nederlands betekend dat geit ha ha) gereden met de auto, ook een plaatsje waar de Via Verde langs gaat en wij hebben daar op een echt Spaans niet toeristisch pleintje lekkere tapas gegeten.