De inwoners van Málaga staan bekend als Malagueños en in de volksmond soms als boquerones.

Je moet hier gewoon langs de haven en het strand lopen en een visje eten.

Maar het historische centrum is ook echt heel gezellig en super schoon.

Deze keer moesten we naar Malaga om een test te doen bij het vliegveld, dat moet een dag voor je vertrekt, de uitslag heb je binnen 12 uur in je mail. Het verliep heel soepel en na 10 min stonden we weer buiten. Daarna gingen we naar de stad, even lekker slenteren en wat een pracht, de stad kleurde paars door de mooie jacaranda bomen.

Bij het altijd drukke Plaza de la Merced waren nu maar weinig mensen, zelfs Picasso zat alleen op het bankje. We hebben het gemist om hier te zitten in de zon, die altijd lijkt te schijnen op dit plein, het voelde vertrouwd, zeker toen er een Spaanse zanger uit volle borst (met mondkapje) ons toe begon te zingen.

Het was een look a like van onze vertrouwde Flamenco zanger die we al jaren zien zingen op het plein, echter deze zanger had een minder krachtige stem en trok ook niet aan zijn keel, zoals onze zanger dat wel altijd deed. Daarom noemden wij hem ook keeltje. Ik ben benieuwd wat er van keeltje terecht is gekomen. Zal hij nog leven, nu zijn inkomsten zijn gedaald tijdens de corona crisis? Of heeft hij na al die volle petjes geld die hij altijd van de toeristen kreeg eindelijk een goed leven kunnen opbouwen en is hij nu zakenman geworden, die nu zelf zijn krantje op het plein aan het lezen is? Wie weet?

Iets verder lopen dan het plein zagen we de letters Malaga mooi opgesteld, natuurlijk wilden wij daar even als echte toeristen op de foto, met op de achtergrond het Romeinse theater met de paars gekleurde bomen.